Farinata met citroen en courgette

Farinata, ook wel farinata di ceci, is een Italiaanse kikkererwten pannenkoek uit Ligurië die normaal rond en zonder toppings wordt gebakken. Hier gaat ’ie gewoon op de bakplaat, met citroen, courgette en mozzarella — superlekker bij de soep of gewoon bij de borrel.

Direct naar het recept

Farinata met courgette, mozarella, citroen en pesto genovese

Farinata is een dunne, goudbruin gebakken kikkererwten pannenkoek uit Ligurië — de kuststreek rond Genua waar ze sowieso wel weten wat lekker eten is. Klinkt niet direct als iets waar je warm voor loopt. Kikkererwten hebben namelijk best snel zo’n muffig, bonerig randje. Maar dat verdwijnt hier volledig — daar kom ik zo op. Wat je uiteindelijk krijgt, zit een beetje tussen een hartige pannenkoek en een dunne pizza in. In punten gesneden, zo uit de oven, precies het soort snack dat je net zo makkelijk naast een kom soep legt als dat je ’m gewoon los opeet bij de borrel. Het zit een beetje in dezelfde hoek als quiche, focaccia en andere hartige ovenrecepten — maar dan net even anders.

Zo eten ze het daar — farinata, streetfood van Genua.

Farinata komt uit Ligurië, een smalle kuststrook in het noordwesten van Italië, ingeklemd tussen bergen en zee. Denk: steile heuvels, felgekleurde dorpjes en ergens daartussen Genua als havenstad waar alles samenkomt. Binnen de Italiaanse keuken draait het hier om groenten, kruiden en olijfolie, met af en toe wat vis uit zee. Fris, direct en zonder dat het zwaar wordt. Farinata hoort daar helemaal bij. Ooit straateten, gebakken in grote pannen en in punten verkocht. De basis is farina di ceci — kikkererwtenmeel — dat je gewoon in de supermarkt, mediterrane supermarkt of bij een bio-winkel kunt vinden. Net over de grens in Frankrijk kom je dezelfde kikkererwten pannenkoek tegen als socca, en in andere delen van de Middellandse Zee bestaan weer vergelijkbare varianten.

Dit is wat het verschil maakt.

Het beslag is simpel, maar het heeft wél tijd nodig. Niet omdat dat leuk staat in een recept, maar omdat kikkererwtenmeel zich anders gewoon niet goed bindt. In het begin is het mengsel dun en een beetje zanderig: een deel van het meel heeft al vocht opgenomen, een ander deel nog niet. Laat je het zo de oven in gaan, dan krijg je een farinata die ongelijkmatig bakt — stukken die prima zijn, afgewisseld met delen die korrelig blijven en sneller breken. Dat proef je ook: geen geheel, maar losse stukjes structuur in één hap.

Door het beslag te laten rusten, krijgen de zetmelen en eiwitten in het kikkererwtenmeel de tijd om volledig te hydrateren. Dat zorgt voor samenhang. Het beslag wordt gladder, iets dikker en vooral stabieler. Na een uur of vier zie je al verschil, maar laat je het een nacht staan, dan is het echt een ander beslag: gelijkmatig, soepeler en klaar om mooi te bakken. Heb je de tijd, geef het beslag dan af en toe even een korte roerbeurt. Niet obsessief — maar als je er toch langsloopt, even omscheppen helpt om alles mooi gelijkmatig te houden. Het is overigens niet per se nodig, dat constant omroeren. Het helpt, maar het hoeft niet.

Die citroen eet je dus gewoon op - echt!

Wat je vervolgens met het beslag doet, kun je helemaal zelf bepalen. Farinata is zo’n basis die veel aankan. Traditioneel wordt ‘ie dus zonder toppings gegeten. Of worden de toppings pas na het bakken toegevoegd, In dit recept bak je de topping wel mee. Lekker fris en licht, met courgette, citroen en mozzarella. Die citroen gaat mee de oven in en eet je daarna in zijn geheel op. Dat klinkt misschien gek, maar het werkt juist verrassend goed: de smaak wordt intenser, maar niet scherper — eerder iets zoeter en ronder. Het zal je echt verbazen hoe lekker het is! Gebruik wel bio-citroenen, borstel ze goed schoon en snijd ze in zo dun mogelijke plakken.

Voor het beslag gebruik je bouillon in plaats van water. De meeste recepten houden het bij water, maar dit geeft net wat meer smaak — en het helpt ook als je niet per se fan bent van die typische kikkererwtensmaak. Daarnaast gaan er gekarameliseerde uien doorheen, en dat tilt het geheel meteen naar iets veel hartigers. De courgette houdt het fris, zeker met die oregano-olie eroverheen. Afmaken met wat pesto, verse basilicum en pijnboompitten en je gelijk in een Italiaanse keuken.

In plaats van de klassieke ronde farinata gaat ’ie hier gewoon op een bakplaat. Praktisch, want die heeft iedereen in de la liggen. Je krijgt een andere vorm dan de echte klassieker, maar verder verandert er weinig — behalve dat het makkelijker werkt en je de spullen al in huis hebt.

Nog even dit, voordat je begint.

  • Niet echt. Farinata, socca en farinata di ceci zijn in de basis allemaal hetzelfde: een dunne kikkererwten pannenkoek van kikkererwtenmeel, water en olijfolie. Het gerecht komt uit het noordwestelijke Middellandse Zeegebied en is daar echt streetfood.

    De naam verandert vooral per regio. In Ligurië (Italië) heet het farinata of farinata di ceci, in Nice (Frankrijk) socca en in Toulon — ook Frankrijk — kom je het tegen als cade. Zelfde idee, andere naam. De verschillen zitten hooguit in hoe dun hij wordt gebakken en hoe je ’m eet — meestal gewoon in punten, zo uit de hand. De basis blijft altijd hetzelfde: een heet gebakken kikkererwten pannenkoek met knapperige randen en een zachte binnenkant.

  • Het lijkt een simpele stap, maar dit is waar het echt gebeurt. Kikkererwtenmeel heeft tijd nodig om vocht op te nemen. Meng je alles en bak je het meteen, dan blijft het beslag ongelijk: een deel al gehydrateerd, een deel nog zanderig. In de oven zie je dat terug — en proef je het ook. De farinata wordt korreliger, minder samenhangend en breekt sneller.

    Laat je het beslag wel rusten, dan krijgen de zetmelen en eiwitten de tijd om volledig vocht op te nemen. Het beslag wordt gladder en iets dikker, en bakt daarna veel gelijkmatiger. Vier uur helpt al, maar een nacht maakt echt verschil. Dat zie je meteen als je het de volgende dag bekijkt: een rustiger, homogener beslag dat veel beter bakt.

  • Voor farinata gebruik je farina di ceci, oftewel kikkererwtenmeel. Dat is tegenwoordig vrij makkelijk te vinden — gewoon in de supermarkt, mediterrane supermarkt of in een bio-winkel. Het wordt namelijk in veel verschillende keukens gebruikt, van de Italiaanse tot de Midden-Oosterse keuken, en is daardoor behoorlijk goed verkrijgbaar.

    Let vooral op dat je een fijn gemalen variant hebt. Grove meelsoorten geven sneller een korrelige structuur, terwijl je juist een glad beslag wilt dat mooi egaal bakt. Ook versheid maakt verschil. Goed kikkererwtenmeel ruikt licht nootachtig en niet muf of bitter. Twijfel je? Dan is de kans groot dat het meel al wat ouder is.

  • Farinata leent zich goed voor verschillende combinaties. Zowel als toppings die je meebakt als toppings die er later overheen legt/strooit.

    Dit zijn wat ideetjes voor het meebakken. Ga bijvoorbeeld voor ansjovis of sardientjes met pijnboompitten en gekarameliseerde rode uien. Of iets zachter, zoals zongedroogde tomaten met mozzarella. Dunne plakjes aardappel met oregano en rozemarijnolie werken ook heel goed — zeker met wat extra kaas erbij, zoals mozzarella of een fontina.

    Farinata doet het goed naast een frisse salade, zoiets als een tomatensalade of een kom Italiaanse groentesoep, maar werkt net zo makkelijk in punten (of stukken) gesneden bij de borrel.

    Het zit een beetje in dezelfde hoek als focaccia of een hartige taart: iets dat overal tussenin past.

Close up van Farinata met courgette, mozarella, citroen en pesto genovese

Recept voor 4-6 personen

Farinata met courgette en citroen - het recept.

Bereiding: ca 30 minuten + oven: ca. 30 minuten + rusten: ca. 4uur tot 1 nacht 

Ingrediënten

Voor de farinata
200 gr kikkererwtenmeel
500 ml kippenbouillon afgekoeld
5-6 el olijfolie
9 gr rozemarijn takjes
2 uien
1 courgette
1 tl gedroogde oregano
1 citroen
1 bol mozzarella
peper en zout

Topping:
2 el pesto (eventueel zelfgemaakt, zie hier ingrediënten + recept)
10 gr basilicum
20 gr pistache nootjes, gepeld
20 gr pijnboompitjes

Zo maak je het

Voorbereiden farinata beslag - 4 uur / 1 nacht van te voren

  1. Maak de kippenbouillon en laat afkoelen. Haal de naaldjes van de rozemarijn en hak fijn.

  2. Meng het kikkererwtenmeel met de kippenbouillon, 2 el olijfolie, zout, peper en fijngehakte rozemarijn tot een glad beslag. Laat het beslag 4 uur, maar nog beter een nacht afgedekt rusten in de koelkast.

Voorbereiden

  1. Verwarm de oven voor op 220 graden boven- en onderwarmte en bekleed een bakplaat van ca 25 × 35 cm met bakpapier. Vet daarna het bakpapier licht in met olijfolie.

Farinata in oven bakken

  1. Haal de schil van de ui en snijd in dunne halve ringen.

  2. Verhit 1-2 eetlepels olijfolie in een koekenpan en bak de ui op laag vuur in ca 15-20 minuten goudbruin en zacht. Laat iets afkoelen.

  3. Roer de gekarameliseerde ui door het beslag en giet het beslag in een dunne laag op de bakplaat. Bak de farinata 10-15 minuten in de oven tot de bodem net gestold is. Haal uit de oven. Laat de oven aanstaan.

Topping maken

  1. Snijd de courgette in dunne plakjes, ca 0,5 cm. Meng 2 eetlepels olijfolie met gedroogde oregano en breng op smaak met peper en zout.

  2. Snijd de citroen in zeer dunne plakjes en verwijder de pitjes. Snijd de mozzarella in plakken.

  3. Verdeel de courgette over de farinata bodem. Bestrijk met de oregano olie. Verdeel de citroen- en mozzarellaplakjes ook over de bodem. Bak de farinata opnieuw ca 10-15 minuten in de oven tot goudbruin en krokant aan de randen en de kaas gesmolten is.

  4. Hak de pistachenootjes fijn en maak eventueel de pesto (als je het zelf wilt maken kun je later hier het recept vinden)

Serveren

Haal uit de farinata uit de oven, verdeel er wat pesto over en bestrooi met verse basilicumblaadjes, pijnboompitjes en fijngehakte pistachenootjes . Snijd in stukken. Je kunt de farinata zowel warm, half warm als koud eten.

Meer Italiaans uit ligurië, probeer eens trofie genovese of deze ultieme focaccia

Aanbeveling bij recept farinata - Trofie pesto genovese

Trofie pasta genovese - recept volgt zsm

Volgende
Volgende

Pasta puttanesca